Trias Pedagogica - Opvoeden - Vaderschap - Interculturele Pedagogiek  
   
  Trias Pedagogica - Artikelen

WAAROM VEEL SURINAAMSE KINDEREN OPGROEIEN ZONDER VADER...

Hoe komt het eigenlijk dat zoveel Surinaamse kinderen opgroeien zonder een vader?

De zoektochten van het KRO-NCRV-programma Spoorloos in Suriname hebben vaak één gemene deler: een biologische vader die uit beeld verdwenen is. Hoe komt het eigenlijk dat zoveel Surinaamse kinderen opgroeien zonder een vader?

KRO NCRV vroeg het aan dr. Marjolijn Distelbrink die enkele jaren onderzoek deed onder Afro-Surinaamse gezinnen met één en twee ouders.

Vader, moeder en kinderen is niet de enige gezinsvorm die veel voorkomt bij Afro-Surinaamse gezinnen. Het matrifocale gezin, waarin vrouwen samen met hun kinderen een huishouden vormen, is daar ook zeer gewoon. Vaders wonen dus niet vanzelfsprekend in, waardoor kinderen niet altijd binnen een langdurige samenwoonrelatie of huwelijk opgevoed worden. Daarnaast speelt de wijdere familie een belangrijke rol in de opvoeding.

Oorsprong in de slavernij

De kiem voor de ‘vaderloze' gezinnen is gelegd in de tijd van de slavernij, zo wordt vaak gesteld. De Afro-Surinamers zijn de nakomelingen van de Afrikaanse slaven. De gezinspatronen die in Afrika al vóór de slavernij bestonden, werden meegenomen overzee. De slavernij zelf zorgde er daarnaast voor dat vaders niet met hun kinderen leefden. Distelbrink: “De slaven in Suriname hadden geen recht op een huwelijk. Bovendien maakten de leefomstandigheden tijdens de slavernij het natuurlijk heel moeilijk om een gezinsleven op te bouwen.”

Vlak na het beëindigen van de slavernij was de economische situatie in Suriname slecht. De vrijgemaakte mannen konden slechts tijdelijk werk vinden of werkten ver weg. Voor de voormalige slavinnen kwamen er mogelijkheden om zelf (wat) geld te verdienen. Daardoor waren zij minder afhankelijk van hun man. Dit hield het patroon in stand. Distelbrink: “De opvoeding binnen een vrouwennetwerk speelt ook een rol in hoe je tegen relaties aankijkt. Surinaamse meisjes krijgen van hun moeder al jong te horen: ‘Je diplóma is je man.' Ofwel: studeer en verwerf zo je onafhankelijkheid, want je kunt niet op een man rekenen. Bovendien zien ze van jongs af aan dat je kinderen ook kunt opvoeden zonder man in huis.”

Surnaamse moeder Spoorloos

Bekijk de Video: Marcia groeide op zonder vaderfiguur. Pas op haar 6de realiseerde zij zich dat haar oma niet haar moeder was. Het ontbreken van een stabiel gezinsleven vormde haar tot wie ze nu is.

Parallelle relaties

Deze factoren droegen eraan bij dat vaders niet vanzelfsprekend bij hun kinderen woonden. Het delen van de zorg met elkaar als vrouwen onderling kwam al veel voor in Suriname; een manier om opvoeden en werken te kunnen combineren. Het is ook gebruik dat kinderen soms voor langere tijd geheel door andere familieleden worden opgevoed. Een vorm van informele adoptie of pleegzorg. Distelbrink: "Daarnaast is het zo dat vrouwen en mannen vaak verschillende relaties (tegelijkertijd) hebben in hun volwassen leven, waar ook kinderen uit voortkomen. Daarom hebben relatief veel kinderen in Suriname veel halfbroers en halfzussen. In Nederland, na de migratie, zie je ook nog steeds dat veel moeders alleen wonen met hun kinderen. Dit betekent niet dat vaders helemaal uit beeld hoeven te zijn."

Surinaamse vader Spoorloos

Bekijk de video: Tino's verhaal is een goed voorbeeld. Zijn vader blijkt volgens een schatting van zijn broers en zussen maar liefst 21 kinderen te hebben. Allemaal groeiden ze elders op.

In de toekomst

Zullen Afro-Surinaamse gezinnen in de toekomst vaker een inwonende vader(figuur) kennen? De onderzoekster kijkt bedachtzaam: “Het is een complex aan factoren wat daarin meespeelt. Enerzijds is er de oude cultuur en de historie van alleenstaande moeders en het ontbreken van sociale zekerheid in Suriname. Anderzijds hebben ook zij de wens om een ‘normaal' gezin te vormen, net als ieder ander. Bij de jongere en hoger opgeleide mannen zie je wel een kentering: zij willen meer betrokken zijn bij de opvoeding van hun eigen kinderen. Zij zeggen steeds duidelijker: ‘Ik wil een vader zijn en ik wil niet dat mijn kind door een ander opgevoed wordt'.”


Dr. M.J. Distelbrink promoveerde in 2000 aan de Erasmus Universiteit op een onderzoek onder Afro-Surinaamse gezinnen in Nederland. In 2005 deed ze onderzoek onder Afro-Surinaamse vaders. Sinds 10 jaar is M.J. Distelbrink als senior onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht.

Lees het artikel op de KRO-NCRV pagina

« terug  |   deel dit artikel op: deel dit artikel op twitter deel dit artikel op facebook deel dit artikel op linkedin
 
fb
Trias Pedagogica
Willem de Zwijgerlaan 350A/1.3D
1055 RD Amsterdam

+31(0)6 - 148 487 30
info@triaspedagogica.nl